ECLI:NL:RBDHA:2025:19535
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 8 augustus 2025. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 11 september 2025. Op 27 oktober 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Daarnaast bepaalt de voorzieningenrechter dat verzoeker recht heeft op een proceskostenvergoeding van € 907,00 voor de rechtsbijstand door zijn gemachtigde. De minister wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 907,00.