Beoordeling door de rechtbank
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zij behoort in Iran tot de [bevolkingsgroep] . Zij is afgekeerd van de Islam door alle gebeurtenissen in de maatschappij en in haar eigen leven. Zij maakte door middel van haar werk als kapster gebruik van de gelegenheid om jonge vrouwen te laten inzien dat zij voor hun rechten moesten opkomen en dat de islam schuldig was aan onderdrukking. Eiseres is gewaarschuwd door verschillende overheidsinstanties omdat vrouwen zonder haarbedekking de kapsalon verlieten. Hierdoor heeft zij problemen gekregen met de inlichtingendienst. Eiseres is vervolgens gevlucht naar het huis van een tante terwijl het huis van de ouders van eiseres werd doorzocht. Zij besloot Iran te verlaten vóórdat een uitreisverbod zou worden opgelegd.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
De identiteit, de nationaliteit en herkomst;
De afwending van de Islam;
De problemen als gevolg van de werkzaamheden in de kapsalon.
5. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat asielmotieven 1 en 2 geloofwaardig zijn en asielmotief 3 niet geloofwaardig is. Eiseres heeft geen objectieve documenten overgelegd die het asielmotief onderbouwen. De verklaringen van eiseres over haar stelling dat de overheid haar actief zoekt is zijn gebaseerd op aannames, vermoedens en summiere verklaringen. Het is ook niet aannemelijk dat zij is aangeklaagd voor westerse propaganda, want er is geen arrestatiebevel of formele aanklacht ontvangen. Verder heeft eiseres summiere, ongerijmde en wisselende verklaringen afgelegd. Zo heeft zij verklaard eerst voor een korte periode in Nederland te willen verblijven en heeft zij wisselend verklaard over het aantal telefoontjes dat zij heeft gekregen. Ondanks haar seculiere leven is eiseres in Iran gewoon naar school geweest, heeft zij gestudeerd en kon zij een kapsalon beginnen. Zij heeft verklaard zich steeds meer openlijk van de islam af te hebben gewend. Afgezien van waarschuwingen vanwege het niet correct dragen van de hijab heeft zij hierdoor geen problemen ondervonden. Haar seculiere leven vloeit volgens de minister meer voort uit een politieke overtuiging dan uit een geloofsovertuiging, zodat van eiseres gevergd kan worden om zich bij terugkeer terughoudend op te stellen. Verder is zij eind juli 2022 Nederland ingereisd en heeft zij pas op 14 februari 2023 een asielaanvraag gedaan. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is.
6. De minister heeft ter zitting verklaard dat niet meer aan eiseres wordt tegengeworpen dat haar verklaringen summier zijn. Hetgeen in het beroepschrift hiertegen is aangevoerd, behoeft daarom geen bespreking meer.
7. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat haar uitingen politiek van aard zijn, en dat dit ten onrechte niet is opgesomd in de asielmotieven.
8. De rechtbank stelt vast dat het doen van politieke uitingen door de minister niet is genoemd in de asielmotieven op pagina 2 van het voornemen. Naar het oordeel van de rechtbank is in het bestreden besluit wel ingegaan op de vraag of de uitingen van eiseres al dan niet als politiek zijn aan te merken; de minister heeft de uitlatingen van eiseres als politiek beoordeeld en in het bestreden besluit geconcludeerd dat die geen aanleiding gaven om eiseres in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning. Door dit niet uitdrukkelijk als asielmotief in het voornemen op te nemen is eiseres niet in haar belangen geschaad. Ze heeft dit punt immers in de beroepsprocedure naar voren kunnen brengen. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Komen de uitingen van eiseres voort uit geloofsovertuiging of seculiere levensopvatting?
9. Eiseres heeft verder aangevoerd dat zij ooit religieus is geweest, en dat zij daarom wel als afvallig moet worden gezien. Deze afvalligheid voldoet aan de definitie, zoals die is genoemd in Werkinstructie 2022/3 die gaat over bekering en afvalligheid, dus moet het uitgangspunt zijn dat bij terugkeer naar Iran van haar geen terughoudendheid mag worden verwacht in het uiten van haar overtuiging. De minister had volgens eiseres daarom bij de beoordeling moeten betrekken welke, door de overtuiging van eiseres, ingegeven activiteiten zij bij terugkeer wil verrichten en hoe zij haar opvatting, mening of gedachten zou willen uiten, en wat de gevolgen daarvan zouden kunnen zijn.
10. De minister heeft ter zitting verklaard dat uit de verklaringen van eiseres kan worden afgeleid dat zij nooit in de islam heeft geloofd, en dat een besluit tot het niet meer dragen van een hoofddoek zowel kan voortkomen uit een geloofsovertuiging als uit een seculiere opvatting. Eiseres heeft verklaard dat zij nooit naar de moskee is geweest. Volgens de minister is daarom geen sprake van een verandering in de geloofsovertuiging van eiseres en kunnen haar opvattingen als politiek worden aangemerkt. De minister erkent dat dit niet duidelijk in het bestreden besluit staat, omdat het tweede asielmotief ‘afwending van de islam’ is genoemd. Ook de tekst in de beschikking blinkt volgens verweerder niet uit in duidelijkheid op dit punt, omdat er bijvoorbeeld staat dat eiseres dient te worden aangemerkt als afvallige.
11. De rechtbank stelt vast dat de grens tussen handelingen vanuit een geloofsovertuiging of vanuit een seculiere opvatting moeilijk te trekken is. Dit geldt zeker in een samenleving zoals die in Iran bestaat, waar geloof en politiek zeer met elkaar verweven zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in het bestreden besluit onvoldoende duidelijk gemaakt of eiseres al dan niet als afvallig moet worden aangemerkt. De rechtbank wijst in dit verband op de passage “Doordat u zich bewust werd van de achtergestelde positie van de vrouw in Iran keerde u zich verder af van de islam” (pag. 6 van het bestreden besluit), waaruit kan worden afgeleid dat eiseres eerst dichter bij de islam stond. Ook het ter zitting nader ingenomen standpunt van verweerder is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijk. Uit de verklaringen van eisers blijkt immers dat zij wel afkomstig was uit een islamitisch geörienteerde omgeving: zo werd het haar pas toegestaan om te scheiden nadat zij door haar ex-echtgenoot was mishandeld en op straat kwam te staan en legde haar vader haar als gescheiden vrouw beperkingen op voor wat betreft haar werkplek, omgang met vriendinnen en reizen (pag. 8 van het nader gehoor). Ook heeft eiseres verklaard dat alles wat meisjes meemaken met de islam heeft te maken. De islam is volgens haar verderfelijk voor de vrouw (pag. 21 van het nader gehoor).
12. In Werkinstructie 2022/3 onder punt 5 heeft de minister drie situaties geformuleerd waarin afvalligheid als zelfstandig asielmotief moet worden beoordeeld:
1. Als de afvalligheid niet gevolgd wordt door een bekering en er dus geen nieuwe (geloofs)overtuiging volgt;
2. Als de afvalligheid vooraf is gegaan aan een bekering, maar de motieven voor en het moment van afvalligheid duidelijk te onderscheiden zijn van een eventuele latere bekering tot een andere geloofsovertuiging;
3. In het geval van toegedichte afvalligheid.
13. De rechtbank is van oordeel dat in het asielrelaas van eiseres aanknopingspunten zijn te vinden op grond waarvan niet onaannemelijk is dat eiseres door de Iraanse autoriteiten kan worden aangemerkt als afvallig van de islam. Daarom had het op de weg van de minister gelegen om afvalligheid van de islam als een zelfstandig asielmotief te benoemen en het asielrelaas in ieder geval ook te beoordelen tegen de achtergrond van werkinstructie 2022/3. De minister heeft deze beoordeling niet verricht. Het bestreden besluit lijdt daarom aan een motiveringsgebrek. Het bestreden besluit zal daarom worden vernietigd en de minister zal een nieuw besluit moeten nemen waarbij het asielrelaas van eiseres moet worden beoordeeld aan de hand van onder meer punt 5.3 van Werkinstructie 2022/3 en aan de hand van het geldende landgebonden beleid. Deze beroepsgrond slaagt.
Hebben de uitingen van eiseres in besloten kring plaatsgevonden?
14. Eiseres heeft ook aangevoerd dat geen sprake is van het delen van haar overtuigingen in besloten kring; een klantenbestand van een kapsalon is volgens haar geen besloten kring. De wens om een grotere salon te hebben om nog meer vrouwen te onderwijzen en ondersteunen, geeft volgens haar ook blijk van een niet besloten setting.
15. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat een klantenbestand van een kapsalon als een besloten kring dient te worden aangemerkt. De rechtbank overweegt hierbij allereerst dat het openlijk uitdragen van een politieke- dan wel een geloofsovertuiging in de hierbedoelde zin niet noodzakelijk in een openbare ruimte hoeft plaats te vinden om relevant te zijn voor de beoordeling van een asielaanvraag. Eiseres heeft haar overtuiging uitgedragen binnen de mogelijkheden die haar in de bestaande situatie in Iran ter beschikking hebben gestaan. Mede gelet op de door de minister niet bestreden verklaringen van eiseres dat haar kapsalon veel klanten had en dat er steeds meer klanten kwamen, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gesteld dat sprake was van het uitdragen van haar overtuiging in een besloten kring. Ook deze beroepsgrond slaagt.
16. Dat eiseres niet onmiddellijk na aankomst een asielaanvraag heeft gedaan, is naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf geen reden voor een ander oordeel.
17. Hetgeen eiseres heeft aangevoerd over mogelijke ondervragingen bij een eventuele inreis in Iran en wat verder in beroep is aangevoerd, dient de minister mee te nemen in een nieuw te nemen besluit op de aanvraag. De rechtbank zal dit verder buiten bespreking laten.