ECLI:NL:RBDHA:2025:19552

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 oktober 2025
Publicatiedatum
27 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.35068
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht bij nareis aanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank heeft het griffierecht van €194,- opgelegd, dat door eiser niet binnen de gestelde termijnen is betaald.

De rechtbank heeft eiser meerdere malen schriftelijk verzocht het griffierecht te voldoen en aanvullende gegevens over zijn inkomen en vermogen aan te leveren voor een mogelijke vrijstelling. Eiser heeft hier niet op gereageerd, waarna de rechtbank het verzoek tot vrijstelling heeft afgewezen. Ondanks herhaalde aanmaningen is het griffierecht niet voldaan.

Gezien het ontbreken van een geldige reden voor het niet betalen van het griffierecht, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.35068
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.E. Martinez Linnemann), en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend na de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 8 mei 2025.1 In die uitspraak staat onder meer dat de minister binnen twee weken na verzending van die uitspraak moet beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel (hierna: de aanvraag). Eiser stelt nu beroep in, omdat de minister binnen die termijn geen beslissing heeft genomen op de aanvraag.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet tijdig betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 194,-.
3. Als het griffierecht niet (tijdig) wordt betaald, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet (tijdig) door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waaraan eiser niets kan doen.
4. Eiser heeft aangevoerd dat hij het griffierecht niet kan betalen. De rechtbank heeft eiser op 30 juli 2025 een brief gestuurd met daarin het verzoek binnen twee weken aanvullende gegevens over zijn inkomen en vermogen aan te leveren. Er is geen reactie gekomen op deze brief. De rechtbank heeft eiser daarom op 27 augustus 2025 schriftelijk laten weten zijn verzoek tot vrijstelling van de verplichting tot het betalen van griffierecht af te wijzen. laten weten zijn verzoek tot vrijstelling van de verplichting tot het betalen van griffierecht af te wijzen.
5. De rechtbank heeft eiser op 28 augustus 2025 een aangetekende nota verstuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen twee weken moet betalen. In deze nota staat ook dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiser het griffierecht niet of niet tijdig betaalt. De rechtbank heeft eiser op 23 september 2025 wederom een brief gestuurd waaruit volgt dat eiser binnen twee weken het griffierecht moet voldoen.
6. De rechtbank heeft het bedrag niet tijdig ontvangen. Eiser heeft daarvoor geen geldige reden gegeven.
7. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak doen over het beroep. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54, eerste lid, van de Awb).
8. Er is geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 oktober 2025
Mr. R.J.A. Schaaf A.W. van Eerden
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.