Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende student, diende een asielaanvraag in na terugkeer uit Iran waar hij problemen ondervond vanwege het bezit van een bijbel en deelname aan protesten. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de problemen met de Iraanse autoriteiten en het niet tijdig indienen van de aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte de geloofwaardigheid van eisers problemen met de autoriteiten heeft betwist. De verklaringen over zijn deelname aan demonstraties zijn niet tegenstrijdig en de omstandigheden rondom zijn vertrek uit Iran maken legale uitreis aannemelijk. Daarnaast is het tijdsverloop tot indiening van de aanvraag onvoldoende reden om het relaas ongeloofwaardig te achten.
De rechtbank acht de overgelegde documenten, waaronder een arrestatiebevel en foto’s van een politieactie bij het ouderlijk huis, samen met de context van een iMessage-gesprek, als serieuze aanwijzingen van concrete belangstelling van de Iraanse autoriteiten voor eiser.
Gelet op het motiveringsgebrek vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.