ECLI:NL:RBDHA:2025:19564
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 7 oktober 2025 behandeld, waarbij verzoekster is verschenen met haar gemachtigde en een tolk.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL25.46623) reeds is behandeld en daar uitspraak op is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 16 oktober 2025 door mr. A.A.M. Elzakkers en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en de hoofdzaak reeds is behandeld.