In deze zaak verzocht werkgever TREC om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer [partij B], vanwege een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. Ondanks ziekte van werknemer stond het opzegverbod tijdens ziekte niet aan ontbinding in de weg, omdat de verstoorde relatie al bestond vóór de ziekmelding.
De kantonrechter oordeelde dat verwijtbaar handelen van werknemer niet zodanig was dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst onredelijk was, maar dat de arbeidsverhouding duurzaam en onherstelbaar verstoord was. Partijen hebben een complexe familieband, wat de situatie bemoeilijkte. Herplaatsing binnen het kleine bedrijf was niet mogelijk.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 december 2025. Werknemer krijgt een transitievergoeding op basis van indiensttreding per 1 januari 2017, maar geen billijke vergoeding wegens ontbreken van ernstig verwijtbaar handelen door werkgever. Proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familieband en het deels gelijk krijgen van partijen.