ECLI:NL:RBDHA:2025:19567
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-verwijzing naar Oostenrijk
Verzoeker heeft een aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister is afgewezen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Oostenrijk verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van de asielaanvraag.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 7 oktober 2025 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren.
De voorzieningenrechter overweegt dat gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.46011) van dezelfde dag, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.A.M. Elzakkers en bekendgemaakt op 16 oktober 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.