ECLI:NL:RBDHA:2025:19568
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 16 oktober 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser, van Pakistaanse nationaliteit, beroep instelde tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie had het verzoek afgewezen omdat Oostenrijk als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat hij Nederland als eindbestemming had, met familieleden die voor hem konden zorgen, en dat hij zijn geloof in Nederland wilde uitoefenen. Hij stelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom het verzoek niet aan Nederland was toegekend op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening, dat Nederland de bevoegdheid geeft om het verzoek onverplicht aan zich te trekken.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht had geoordeeld dat er geen bijzondere, individuele omstandigheden waren die de overdracht aan Oostenrijk onevenredig hard maakten. Het feit dat eiser familie in Nederland heeft en zijn geloof wil uitoefenen, is onvoldoende om Nederland de verantwoordelijkheid te laten nemen. Ook in Oostenrijk is er een geloofsgemeenschap waar eiser zijn geloof kan beleven. De minister had de omstandigheden voldoende meegewogen en gemotiveerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het besluit van de minister in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A.A.M. Elzakkers en griffier S.N. Lekatompessij.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.