Stichting Jeugdgezondheidszorg diende op 11 oktober 2022 een verzoek in bij het UWV voor herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werknemer. Het UWV nam niet binnen de wettelijke termijn een beslissing, waarop de stichting op 27 maart 2023 een ingebrekestelling stuurde en later een dwangsombeschikking ontving.
Het beroep tegen het uitblijven van een besluit werd pas op 19 februari 2025 ingediend, ruim 22 maanden na het verzoek. De rechtbank overwoog dat hoewel het indienen van beroep tegen niet tijdig beslissen niet aan een vaste termijn is gebonden, het beroep onredelijk laat was. De stichting had de hoop uitgesproken dat het UWV alsnog zonder juridische stappen zou beslissen, maar hield te lang vol zonder actie.
De rechtbank nam mee dat er slechts twee contactmomenten waren in die periode, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet inhoudelijk beoordeeld wordt en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter L.C. Bannink op 17 oktober 2025.