ECLI:NL:RBDHA:2025:19648

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 oktober 2025
Publicatiedatum
27 oktober 2025
Zaaknummer
SGR 24/4483
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:51a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging termijn herstel gebreken bestreden besluit door college Pijnacker-Nootdorp

In deze bestuursrechtelijke tussenuitspraak heeft de rechtbank Den Haag het verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp om verlenging van de hersteltermijn gehonoreerd. De oorspronkelijke termijn werd gesteld in een eerdere tussenuitspraak van 11 september 2025, waarin het college twaalf weken kreeg om de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.

Het college verzocht om verlenging omdat de verklaring van geen bedenkingen pas op 11 december 2025 in de gemeenteraad behandeld kan worden. De rechtbank acht dit een bijzonder geval dat verlenging rechtvaardigt, mede omdat het anders tot een minder finale geschilbeslechting zou leiden.

De rechtbank stelt het college nu in de gelegenheid om uiterlijk 19 december 2025 de gebreken te herstellen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open, maar dit kan gelijktijdig met hoger beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de termijn voor het college om de gebreken in het bestreden besluit te herstellen tot uiterlijk 19 december 2025 en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/4483 T2

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 oktober 2025 in de zaak tussen

[bedrijf] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.R. Plug),
en

het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp

(gemachtigde: J.C. van Eeden).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
vereniging Glastuinbouw Nederlanduit Zoetermeer (derde-partij).

Procesverloop

In de tussenuitspraak van 11 september 2025 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.
Bij brief van 13 oktober 2025 heeft het college de rechtbank verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen.

Overwegingen

1. Het college heeft zijn verzoek om verlenging van de termijn om de gebreken te herstellen gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak.
2. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank zo’n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd. De rechtbank verwijst naar de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 8:51a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 april 2010 [1] en 21 september 2011 [2] .
3. De reden waarom het college de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat de verklaring van geen bedenkingen pas op 11 december 2025 in de gemeenteraad behandeld kan worden.
4. De rechtbank acht dit een bijzonder geval dat verlenging van de termijn rechtvaardigt, omdat elke andere beslissing van de rechtbank - met name de einduitspraak waarbij het college de opdracht krijgt een nieuw besluit te nemen - naar alle waarschijnlijkheid tot een minder finale vorm van geschilbeslechting leidt.
5. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.

Beslissing

De rechtbank:
- stelt het college tot uiterlijk 19 december 2025 in de gelegenheid de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze tussenuitspraak is gedaan door mr. A.J. van der Ven, rechter, in aanwezigheid van mr. L.F.A. Bouwens-Bos, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.