De minister van Asiel en Migratie heeft op 9 april 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een Ghanese vreemdeling, en deze maatregel op 2 oktober 2025 verlengd met maximaal twaalf maanden wegens het niet meewerken aan zijn uitzetting. Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde en dat zijn belang om in vrijheid te worden gesteld zwaarder woog dan het belang van de minister om de bewaring voort te zetten.
De rechtbank oordeelde dat de verlenging van de bewaring gerechtvaardigd was op grond van meerdere zware en lichte gronden, waaronder het risico op onttrekking aan toezicht en het niet meewerken aan het vaststellen van identiteit. De minister had voldoende voortvarend gehandeld door regelmatig schriftelijk te rappelleren bij de Ghanese autoriteiten, ondanks het ontbreken van een laissez-passer.
De belangenafweging wees uit dat het belang van eiser om in vrijheid te zijn niet opwoog tegen het belang van de minister, mede omdat eiser niet meewerkte aan zijn uitzetting. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.