Eiseres, een Senegalese vrouw, diende een asielaanvraag in vanwege de dreiging van een gedwongen huwelijk met haar neef en een eerdere verkrachting. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat Senegal een veilig land van herkomst is en bescherming mogelijk is.
De rechtbank oordeelt dat de minister onzorgvuldig handelde door de aanvraag in een versnelde procedure te behandelen en onvoldoende aandacht te besteden aan de verklaringen van eiseres, met name over de verkrachting en de mogelijke gevolgen daarvan.
De rechtbank sluit zich aan bij een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer die de aanwijzing van Senegal als veilig land van herkomst onvoldoende gemotiveerd acht, mede omdat bepaalde groepen zijn uitgezonderd.
De rechtbank weigert de bestuurlijke lus toe te passen vanwege onduidelijkheid over de duur van herstel van het gebrek en de detentie van eiseres. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en eiseres krijgt een proceskostenvergoeding toegekend.