ECLI:NL:RBDHA:2025:19720
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had een verzoek tot terugname aan Duitsland gedaan, dat door Duitsland werd aanvaard.
Eiser had tijdens het aanmeldgehoor expliciet verklaard geen bezwaar te hebben tegen overdracht aan Duitsland en medewerking te zullen verlenen. Ondanks pogingen van zijn gemachtigde om contact te krijgen, reageerde eiser niet en verscheen niet op de zitting. De rechtbank wees het verzoek om aanhouding van de zitting af, omdat het ontbreken van contact voor risico van eiser kwam.
De rechtbank oordeelde dat de minister niet onzorgvuldig had gehandeld door het verzoek om uitstel van de zienswijze niet toe te kennen, aangezien eiser niet was verschenen en geen contact had gezocht. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.