ECLI:NL:RBDHA:2025:19756
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring opvolgende asielaanvraag wegens gebrek aan relevante nieuwe elementen
Eiser, met de Malinese nationaliteit, diende op 11 augustus 2025 een opvolgende asielaanvraag in. Deze aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen relevante nieuwe elementen had aangevoerd die de eerdere afwijzingen konden wijzigen.
Eerder had eiser in 2017 en 2019 asiel aangevraagd, waarbij zijn vrees voor vervolging door de familie van zijn overleden vriendin niet werd erkend. In de huidige procedure voerde eiser aan dat hij in 2011 in Mali was gedetineerd, een feit dat hij eerder niet had genoemd vanwege angst en psychische kwetsbaarheid. De rechtbank oordeelde echter dat deze detentie geen relevant nieuw element vormde, mede vanwege tegenstrijdigheden in zijn verklaringen en het ontbreken van onderbouwing met documenten.
De rechtbank bevestigde dat het terugkeerbesluit uit 2021 nog steeds van kracht is en dat er geen sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.