ECLI:NL:RBDHA:2025:19781

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 oktober 2025
Publicatiedatum
29 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.46333
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid niet-ontvankelijk verklaard

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroepschrift geen gronden van beroep bevatte, zoals vereist op grond van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiseres is meerdere malen in de gelegenheid gesteld om deze gronden alsnog in te dienen en toe te lichten, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

Daarom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is geen proceskostenvergoeding toegekend aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 27 oktober 2025 door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden van beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.46333

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseresV-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.M. Bell),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij het besluit van 22 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift de gronden van beroep. Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 van Pro de Awb, kan ingevolge artikel 6:6 van Pro de Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem of haar daartoe gestelde termijn.
Eiseres heeft geen gronden van beroep vermeld in het beroepschrift van 23 september 2025. De rechtbank heeft eiseres om deze reden bij bericht van 25 september 2025 verzocht om de gronden binnen vijf werkdagen alsnog in te dienen. Daarbij is aan eiseres medegedeeld dat het beroep anders niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Er zijn daarop geen gronden ingediend. Vervolgens heeft de rechtbank eiseres op 6 oktober 2025 de gelegenheid geboden om toe te lichten waarom de gronden van beroep niet zijn ingediend. Ook van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Niet is gebleken dat het verzuim verschoonbaar is. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 27 oktober 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Algemene wet bestuursrecht.