Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[eiser],
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene of een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet direct voorafgaand aan de aanvraag rechtmatig verblijf had.
Eiser was sinds 2014 gehuwd en heeft een minderjarig Nederlands kind. Hij had verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU Pro tot 22 augustus 2022. Een verlengingsaanvraag werd in januari 2023 afgewezen, waarna het verblijfsrecht per die datum eindigde. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard en het besluit is in februari 2024 ingetrokken, maar zonder dat het rechtmatig verblijf werd hersteld.
Eiser diende vervolgens op 31 maart 2023 een aanvraag in voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene, die op 10 augustus 2023 werd afgewezen en deze afwijzing werd bevestigd op 10 januari 2024. De rechtbank oordeelt dat eiser niet voldoet aan de voorwaarde dat hij vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf moet hebben gehad, omdat het verblijfsrecht per 19 januari 2023 is beëindigd en dit besluit in rechte vaststaat. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet voldoet aan het vereiste van rechtmatig verblijf voorafgaand aan de aanvraag.