ECLI:NL:RBDHA:2025:19849
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening beëindiging opvang derdelander uit Oekraïne
Verzoeker, van Indiase nationaliteit en vallend onder de categorie derdelanders uit Oekraïne met tijdelijke bescherming, verzocht om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van zijn gemeentelijke opvang per 2 november 2025.
De minister had eerder het asielverzoek buiten behandeling gesteld en een terugkeerbesluit genomen waartegen geen rechtsmiddel was ingesteld. De brief van de minister van 15 september 2025 informeerde verzoeker over het vervallen van zijn rechten onder de tijdelijke beschermingsrichtlijn vanwege het stoppen van de bevriezingsmaatregel per 4 september 2025.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief geen besluit in de zin van de Awb is en dat de bevriezingsmaatregel geen rechtmatig verblijf geeft, waardoor de beëindiging daarvan geen nieuw terugkeerbesluit vereist. Hierdoor is de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek, dat daarom niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens kennelijke onbevoegdheid.