ECLI:NL:RBDHA:2025:19875
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag Syriër tijdens besluitmoratorium
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving deze aanvraag op 29 oktober 2023 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Deze termijn werd met negen maanden verlengd op grond van het WBV 2023/3 en met een jaar vanwege een besluitmoratorium voor Syriërs dat liep van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, waardoor de beslistermijn maximaal 21 maanden bedroeg.
Eiser stelde de minister op 1 juli 2025 schriftelijk in gebreke en diende op 22 juli 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Omdat de beslistermijn pas op 29 juli 2025 verstreek, was de ingebrekestelling prematuur en voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier D.A.M. Delger op 29 augustus 2025 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag.