ECLI:NL:RBDHA:2025:19883
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië tijdens besluitmoratorium
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 14 april 2024 ontvangen, waarna de minister zes maanden had om te beslissen. Vanwege het besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 14 oktober 2025 viel.
Eiseres stelde de minister op 18 juli 2025 in gebreke, terwijl de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Volgens de wetgeving moet een ingebrekestelling pas worden gedaan nadat de beslistermijn is verlopen. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard door de rechtbank.
De rechtbank vond het niet nodig om partijen voor een zitting uit te nodigen en wees op de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en het besluitmoratorium. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier D.A.M. Delger op 30 september 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.