Uitspraak
Internationale kinderontvoering
[de vader] ,
[de moeder] ,
.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader tot teruggeleiding van zijn 17-jarige dochter die zich zonder zijn toestemming in Irak bevindt. Hoewel Irak geen partij is bij het Haagse Verdrag, past de rechtbank de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering en het Verdrag naar analogie toe. De moeder heeft de minderjarige zonder toestemming bij de vader weggehouden, wat in strijd is met het gezamenlijk gezagsrecht.
De rechtbank oordeelt dat de vasthouding ongeoorloofd is en beveelt de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar Nederland. Er is geen sprake van weigeringsgronden en de teruggeleiding wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De moeder moet de minderjarige uiterlijk binnen twee weken terugbrengen of afgeven aan de vader met geldige reisdocumenten.
De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. De beschikking is gegeven door rechter A.C. Olland en griffier S.G.J. Verkennis op 11 februari 2025. Tegen deze beschikking kan binnen twee weken hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de onmiddellijke terugkeer van de 17-jarige minderjarige uit Irak naar Nederland en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.