ECLI:NL:RBDHA:2025:19904
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot zorgmachtiging wegens vrijwillige zorgmogelijkheden
De rechtbank Den Haag behandelde op 15 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 7:11 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die momenteel verblijft in een GGZ-accommodatie. De medische stukken, waaronder een verklaring van een psychiater en een zorgplan, zijn overlegd. Betrokkene wordt bijgestaan door een advocaat en was aanwezig bij de zitting.
Tijdens de zitting gaf betrokkene aan een zorgmachtiging alleen te accepteren indien dit haar terugkeer naar een zelfstandige woning mogelijk zou maken. Zij neemt haar medicatie vrijwillig en werkt mee aan ambulante behandeling. De arts-assistent en verpleegkundige bevestigden dat betrokkene stabiel is en dat een zorgmachtiging niet noodzakelijk is voor verdere behandeling. De vader van betrokkene meldde een spoedig herstel en stabiliteit.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene op eigen kracht kan meewerken aan ambulante zorg en dat de wettelijke vereisten voor een zorgmachtiging niet zijn vervuld. Daarom werd het verzoek tot zorgmachtiging afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene vrijwillig zorg accepteert.