ECLI:NL:RBDHA:2025:19953
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen maatregel van bewaring vreemdeling
De zaak betreft een beroep van een vreemdeling tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd tevens aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de maatregel op 14 oktober 2025 om 17:30 uur werd opgelegd en elektronisch werd ondertekend om 17:18 uur. Het beroepschrift werd echter reeds op 14 oktober 2025 om 17:14 uur ingediend, dus vóór het formeel opleggen van de maatregel.
De gemachtigde van eiser voerde aan dat hij een aankondiging van de maatregel had ontvangen en daarom aannam dat de maatregel al was opgelegd. De rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende is om te concluderen dat het beroep ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 6:10 Awb Pro. De enkele ontvangst van een aankondiging geeft geen redelijk vertrouwen dat het besluit al tot stand was gekomen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en kon zij niet inhoudelijk op de beroepsgronden ingaan. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg was ingediend.