ECLI:NL:RBDHA:2025:19983
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid voortduren bewaring en terugkeerprocedure Algerijnse vreemdeling
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is sinds 29 juli 2025 in bewaring gesteld ter voorbereiding van zijn terugkeer naar Algerije. Hij heeft meerdere keren beroep ingesteld tegen de voortzetting van deze maatregel. De rechtbank beoordeelt in deze procedure de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring vanaf 10 oktober 2025 tot en met de sluiting van het onderzoek op 28 oktober 2025.
De rechtbank constateert dat verweerder de rechtbank en eiser herhaaldelijk onvolledig en onjuist heeft geïnformeerd over de terugkeerprocedure en onvoldoende voortvarend heeft gehandeld om de uitzetting binnen een redelijke termijn te effectueren. De rapportages (M120) zijn onvolledig en inconsistent en belangrijke terugkeerbesluiten en inreisverboden ontbreken in het dossier. Tevens is gebleken dat verweerder pas na aandringen volledige informatie verstrekt.
De rechtbank weegt mee dat eiser geen medewerking verleent aan zijn vertrek, maar dat hij wel over zijn paspoort beschikt en daarmee de hernieuwde inbewaringstelling had kunnen voorkomen. Verder constateert de rechtbank dat de Algerijnse autoriteiten de nationaliteit van eiser hebben bevestigd, maar dat de afgifte van een laissez-passer (lp) langdurig vertraagd is ondanks herhaalde rappellen door verweerder.
Gezien de totale duur van de terugkeerprocedure, het gebrek aan zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en de onvoldoende voortvarendheid van verweerder, concludeert de rechtbank dat de bewaring onrechtmatig voortduurt. De maatregel wordt daarom onmiddellijk opgeheven, eiser wordt vrijgelaten en hij ontvangt een schadevergoeding van € 2.000,-. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op, beveelt onmiddellijke invrijheidstelling en kent een schadevergoeding toe van € 2.000,-.