Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Sierra Leoonse vreemdeling, werd op 16 oktober 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege risico op onttrekking aan toezicht en andere gronden. De maatregel werd op 20 oktober 2025 opgeheven. Eiser stelde beroep in tegen de bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was. Hoewel de gronden voor bewaring feitelijk juist en voldoende waren, oordeelde de rechtbank dat de omzetting van de maatregel naar een andere wettelijke grondslag te laat plaatsvond. Eiser had op 17 oktober 2025 een herhaalde asielaanvraag ingediend, waardoor de oorspronkelijke grondslag vanaf 19 oktober 2025 niet meer geldig was. De omzetting op 20 oktober 2025 was daarmee een dag te laat.
Dit leidde tot een onrechtmatige voortzetting van de bewaring gedurende één dag. De rechtbank kende daarom een schadevergoeding van €100 toe voor die dag. Verder werden de proceskosten van eiser tot een bedrag van €907 aan verweerder opgelegd. De maatregel zelf werd niet opgeheven omdat deze al was beëindigd.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige omzetting van de grondslag bij wijziging van omstandigheden en bevestigt dat onrechtmatige bewaring ook kan leiden tot een schadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en eiser krijgt een schadevergoeding van €100 voor één dag onrechtmatige bewaring toegekend.