Partijen zijn in 2018 in Turkije gehuwd en hebben per 15 augustus 2025 een echtscheidingsprocedure aanhangig gemaakt. De vrouw verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning in [plaats 2], met het bevel aan de man om de woning binnen twee weken te verlaten.
Tijdens de zitting op 22 september 2025 bleek dat partijen ondanks spanningen nog samen in dezelfde woning verblijven, zelfs in hetzelfde bed slapen en samen eten. De rechtbank constateerde dat de situatie niet zodanig problematisch is dat onmiddellijke ontruiming noodzakelijk is, mede omdat geen van beiden elders terechtkan en de woning drie kamers heeft.
Na een korte schorsing maakten partijen afspraken over het gebruik van de woning: ieder krijgt een eigen slaapkamer en de vrouw mag bepalen wie welke kamer gebruikt. De man beloofde zich te onthouden van beschuldigingen. De rechtbank benadrukte het belang van respectvol samenleven gedurende de procedure.
Gezien het ontbreken van een voldoende belang voor het verzoek, wees de rechtbank het verzoek van de vrouw af. De beschikking werd op 6 oktober 2025 uitgesproken door rechter A.M. van der Vliet.