ECLI:NL:RBDHA:2025:20049

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
NL24.2501
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na kennelijke ongegrondverklaring asielaanvraag

Verzoeker diende op 23 januari 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 20 april 2022. De minister van Asiel en Migratie verklaarde de aanvraag bij besluit van 28 augustus 2024 kennelijk ongegrond. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat verweerder door het niet tijdig beslissen en de kennelijke ongegrondverklaring geheel aan het beroep tegemoet was gekomen. Op grond van artikel 8:75a Awb kon de rechtbank verweerder veroordelen tot vergoeding van proceskosten.

De proceskosten werden vastgesteld op €453,50, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een wegingsfactor licht vanwege de beperkte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.2501

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. K. Mohassel Zadeh)
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 23 januari 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 20 april 2022.
Bij besluit van 28 augustus 2024 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [3] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk ongegrond heeft verklaard, is verweerder geheel aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van
€ 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 30 oktober 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.