ECLI:NL:RBDHA:2025:20072

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
NL24.2889
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot intrekking beroep en proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Nadat verweerder het bezwaar gegrond verklaarde, trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door het bezwaar gegrond te verklaren, waardoor het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond is. De proceskosten worden vastgesteld op €453,50, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor 'licht' vanwege het beperkte onderwerp van het beroep.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van deze proceskosten en doet dit zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier E.C. Jacobs op 30 oktober 2025.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot betaling van €453,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.2889

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F.A. van den Berg),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 25 januari 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op het ingediende bezwaar, gericht tegen het besluit van 17 mei 2023 waarbij de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf bij [referent] is afgewezen.
Bij besluit van 13 november 2024 heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [3] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op het bezwaar van verzoekster heeft besloten en het bezwaar hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen ongegrond heeft verklaard, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekster tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van
€ 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 30 oktober 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.