Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 18 juli 2022. De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 20 augustus 2024 de aanvraag ongegrond verklaard. Verzoeker heeft daarop het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overweegt dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, de rechtbank het bestuursorgaan kan veroordelen in de proceskosten. Nu de minister niet tijdig heeft beslist en de aanvraag vervolgens ongegrond heeft verklaard, is sprake van volledige tegemoetkoming aan het beroep.
De rechtbank acht het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond en veroordeelt de minister tot betaling van €453,50 aan proceskosten, berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht met een lichte wegingsfactor vanwege de beperkte aard van het beroep.