In deze zaak heeft eiser op 25 januari 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag, die op 28 september 2022 was ingediend. De minister van Asiel en Migratie heeft op 4 juli 2025 de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Eiser heeft het beroep niet ingetrokken, maar de rechtbank heeft geoordeeld dat verweerder alsnog heeft beslist op de aanvraag, waardoor eiser geen procesbelang meer heeft bij een verdere inhoudelijke beoordeling van het beroep. De rechtbank heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft ook overwogen dat, omdat eiser het beroep heeft kunnen instellen vanwege het niet tijdig beslissen, verweerder in de proceskosten van eiser moet worden veroordeeld. De proceskosten zijn vastgesteld op € 453,50, gebaseerd op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank heeft de wegingsfactor 'licht' toegepast, omdat het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. De uitspraak is gedaan op 30 oktober 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie.