ECLI:NL:RBDHA:2025:20078
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging overdrachtstermijn minderjarige vreemdeling binnen gezin onlosmakelijk verbonden met vader
De minister heeft bij besluit van 9 juli 2025 de overdrachtstermijn voor overdracht aan Zwitserland verlengd tot 18 maanden. Eiser, een minderjarige vreemdeling die deel uitmaakt van een gezin, stelde beroep in tegen deze verlenging. De rechtbank behandelde het beroep op 1 oktober 2025 en oordeelde dat de verlenging terecht was.
Eiser betoogde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de termijn was verlengd en dat geen belangenafweging had plaatsgevonden. Ook stelde eiser dat het besluit onduidelijk was over de verlengde termijn. De rechtbank oordeelde dat de verlenging op grond van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening was gebaseerd op onderduiken en dat de termijn van 18 maanden voldoende duidelijk was vermeld.
Verder werd vastgesteld dat de situatie van eiser onlosmakelijk verbonden was met die van zijn vader, die samen met het gezin onder de definitie van gezinslid valt. Hoewel vader en broer tijdelijk met onbekende bestemming waren vertrokken, verbleven zij bij familie en hadden zij zich inmiddels weer gemeld. Hierdoor kon niet worden gesteld dat eiser zonder begeleiding was achtergelaten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter W. Loof op 30 oktober 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlenging van de overdrachtstermijn tot 18 maanden.