ECLI:NL:RBDHA:2025:2013
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-verwijzing
Verzoeker, een Eritrese asielzoeker, had bij de minister een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Polen volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk was voor de asielprocedure. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met het bodemberoep. Verzoeker en zijn gemachtigde waren bij de zitting niet aanwezig, terwijl de minister zich liet vertegenwoordigen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig was.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, maar veroordeelde de minister wel tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €907,-, te betalen aan de rechtsbijstandverlener vanwege de verleende toevoeging. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €907,-.