ECLI:NL:RBDHA:2025:2014
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, heeft een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister van Asiel en Migratie heeft dit verzoek op 20 augustus 2024 afgewezen als ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het hoofdberoep behandeld op 22 januari 2025. Op dezelfde dag is in de hoofdzaak het beroep ongegrond verklaard, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening vervalt.
De voorzieningenrechter besluit daarom het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 6 februari 2025 en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening in de asielprocedure wordt afgewezen.