ECLI:NL:RBDHA:2025:20240

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 november 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
AWB 23/10120
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit

Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een besluit van 17 augustus 2023, parallel aan een beroep dat zij bij de rechtbank had ingesteld. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder partijen te horen, conform artikel 8:83 lid 3 Awb Pro.

De rechter constateert dat op 29 oktober 2025 reeds uitspraak is gedaan in het hoofdberoep. Hierdoor ontbreekt de vereiste connexiteit tussen het verzoek om voorlopige voorziening en het lopende beroep, zoals voorgeschreven in artikel 8:81 Awb Pro.

Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door rechter J. Holleman en griffier H.S. van Wessel op 3 november 2025. Tegen deze uitspraak is geen verzet of hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/10120

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 november 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [v-nummer] , verzoekster

en
de minister van Asiel en Migratie [1] , verweerder.

Procesverloop

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoekster heeft ingediend.
1.1.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit van 17 augustus 2023 beroep (AWB 23/10119) ingesteld bij de rechtbank. Tegelijkertijd heeft verzoekster de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening (AWB 23/10120) te treffen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Partijen worden niet uitgenodigd voor een zitting in deze zaak, omdat dat op grond van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet nodig is.
3. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu er op 29 oktober 2025 uitspraak is gedaan in het beroep en er daarom niet langer sprake is van de vereiste connexiteit als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Awb.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak is geen verzet of hoger beroep mogelijk.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.