Op 23 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2009. De kinderrechter heeft de Raad voor de Kinderbescherming als verzoeker gehoord, die zich zorgen maakt over de emotionele en gedragsproblemen van de minderjarige. De minderjarige vertoont problematisch gedrag, waaronder spijbelen, omgang met antisociale jongeren, en heeft zelfs een nacht in de cel doorgebracht. De moeder van de minderjarige heeft ingestemd met de ondertoezichtstelling, terwijl de vader niet aanwezig was op de zitting. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige ernstig zijn en dat eerdere hulpverlening niet heeft geleid tot verbetering. Daarom is besloten om de minderjarige voor de duur van een jaar onder toezicht te stellen van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland. De kinderrechter heeft de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct van kracht is, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De kinderrechter heeft benadrukt dat het van belang is dat de minderjarige meewerkt aan de hulpverlening en dat er diagnostiek zal plaatsvinden om zijn gedrag beter te begrijpen.