ECLI:NL:RBDHA:2025:20294

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
3 november 2025
Zaaknummer
692202
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van een minderjarige in het kader van jeugdbescherming

Op 23 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2012. De kinderrechter heeft de zaak behandeld met gesloten deuren, waarbij de moeder en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig waren. De moeder is belast met het ouderlijk gezag en de minderjarige woont bij haar. De kinderrechter heeft eerder op 28 oktober 2024 de ondertoezichtstelling al verlengd tot 31 oktober 2025. De gecertificeerde instelling heeft verzocht om een verdere verlenging van de ondertoezichtstelling voor een jaar, omdat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig bedreigd wordt door de opvoedsituatie en de gedragsproblematiek van de minderjarige. De moeder heeft ingestemd met het verzoek, maar ervaart zelf ook problemen die haar opvoeding bemoeilijken. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de zorgen over de minderjarige en de thuissituatie nog steeds aanwezig zijn en dat er een stabiele opvoedsituatie gecreëerd moet worden. De kinderrechter heeft daarom besloten de ondertoezichtstelling te verlengen tot 31 oktober 2026 en deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De beslissing is openbaar uitgesproken en kan door belanghebbenden worden aangevochten in hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/692202 / JE RK 25-1677
Datum uitspraak: 23 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- [naam] , namens de gecertificeerde instelling;
- de moeder.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. Voorafgaand aan de zitting is [de minderjarige] met de kinderrechter in gesprek gegaan. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. Na afloop van de zitting heeft de kinderrechter uitspraak gedaan in het bijzijn van [de minderjarige] en de beslissing aan haar uitgelegd.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 oktober 2024 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 31 oktober 2025.
3.
Het verzoek
3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Het is zorgelijk dat [de minderjarige] langdurig is uitgevallen in het reguliere onderwijs. Sinds twee jaar ontvangt zij dagbesteding vanuit de Thuiszitters vanuit het Wilmahuis en haar ontwikkeling verloopt hier wisselend. [de minderjarige] vertoont externaliserende gedragsproblematiek, zoals agressie en ruzies. Het afgelopen jaar is bij [de minderjarige] sprake geweest van automutilatie en terugtrekgedrag, waarvoor veiligheidsafspraken zijn gemaakt. Sinds de zomervakantie 2025 is [de minderjarige] gestart met School zonder Muren en dit verloopt goed. Hoewel [de minderjarige] nog niet toekomt aan leren biedt dit haar wel regelmaat. Er zijn verder nog zorgen over de instabiele en onveilige opvoedsituatie van [de minderjarige] . In de thuissituatie heeft de moeder veel ruzie met de vader en het jongere broertje en zusje van [de minderjarige] . Hoewel moeder naar eigen zeggen inmiddels is gestart met agressieregulatie bij Impegno geeft [de minderjarige] aan dat hulpverlening voor haarzelf onvoldoende van de grond komt omdat de moeder onvoldoende aan haar eigen problematiek werkt en het patroon in stand houdt. De hulpverlening vanuit Middin heeft de draaglast van de moeder niet kunnen verminderen. De gecertificeerde instelling is daarom voornemens om het gezin aan te melden voor een hulpverleningstraject bij 10 voor Toekomst vanuit het Leger des Heils. 10 voor Toekomst kan de moeder meerdere uren per week ondersteunen, bijvoorbeeld op het gebied van praktische zaken, financiën, het versterken van de opvoedvaardigheden en het verbeteren van de band met [de minderjarige] . Gelet op de nog bestaande zorgen is de gecertificeerde instelling van mening dat een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is.

4.De standpunten

4.1.
Door de moeder is ingestemd met het verzochte. De moeder streeft ernaar om het beste aan [de minderjarige] te bieden en om ook het beste in zichzelf naar voren te halen. De moeder voelt zich sinds enkele jaren echter vaak overbelast, waardoor zij regelmatig boos en kortaf reageert. De opvoeding valt haar zwaar en de moeder wil weer de moeder worden die zij in het verleden was. Hiervoor wacht zij op de start van therapie, zodat zij inzicht krijgt in haar somberheid en haar draagkracht kan vergroten. Hoewel de moeder verdrietig is over een mogelijke tijdelijke uithuisplaatsing van haar jongste twee kinderen, ziet zij in dat dit ook een kans biedt om aan zichzelf te werken.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Deze ontwikkelingsbedreiging bestaat enerzijds uit de zorgen die er zijn over de opvoedsituatie van [de minderjarige] en anderzijds uit de zorgen over de (sociaal-emotionele) ontwikkeling van [de minderjarige] . Bij de moeder is sprake van persoonlijke problematiek, waardoor het haar op dit moment nog niet lukt om [de minderjarige] de benodigde stabiliteit en veiligheid te bieden. Door de beperkte draagkracht van de moeder ervaart zij veel stress en zijn er zorgen over haar (emotionele) beschikbaarheid. Inmiddels is agressietherapie voor de moeder opgestart en wordt opvoedondersteuning – al dan niet vanuit 10 voor Toekomst – voor de moeder ingezet. Ondanks de zorgen en de problematiek in de thuissituatie blijft de moeder naar haar werk gaan. De moeder verdient hiervoor complimenten. [de minderjarige] is sinds de zomervakantie gestart bij School zonder Muren en [de minderjarige] is vrijwel altijd aanwezig. Dat is heel knap van [de minderjarige] . Bij [de minderjarige] zijn er nog wel steeds zorgen over de gedragsproblematiek die zij vertoont en haar depressieve klachten. [de minderjarige] ontvangt reeds langdurig therapie vanuit Jeugdformaat. Jeugdformaat geeft aan dat zij vastloopt in het traject met [de minderjarige] . Er kan onvoldoende worden gewerkt aan doelen omdat de thuissituatie niet stabiel is. [de minderjarige] heeft aan de kinderrechter verteld dat zij wel graag wil dat Jeugdformaat bij haar betrokken blijft. Om de bestaande patronen in de thuissituatie te doorbreken acht de kinderrechter het noodzakelijk dat er een stabiele en veilige opvoedsituatie wordt gecreëerd, waarin het de moeder lukt om sensitief en responsief te handelen. Dit biedt ook [de minderjarige] de mogelijkheid om toe te komen aan de hulpverlening die zij nodig heeft. De kinderrechter vindt de betrokkenheid van een jeugdbeschermer daarom nog steeds noodzakelijk. Een jeugdbeschermer kan de ontwikkeling van [de minderjarige] monitoren en regie voeren op de hulpverlening, zodat de benodigde hulpverlening wordt ingezet én gecontinueerd kan worden. De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] – waartegen geen verweer is gevoerd – voor de verzochte duur van een jaar.
5.3.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 31 oktober 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van L. van der Gaag als griffier, en op schrift gesteld op 28 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.