ECLI:NL:RBDHA:2025:203
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens bescherming in Duitsland
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 23 augustus 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag op 4 oktober 2024 niet-ontvankelijk omdat eiser internationale bescherming geniet in Duitsland, hetgeen werd bevestigd door Duitse autoriteiten.
Eiser voerde aan dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat hij geen bescherming meer genoot in Duitsland, mede vanwege zijn intentie terug te keren naar Syrië en zijn uitschrijving in Bremen. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn beschermingsstatus in Duitsland was beëindigd, mede omdat formele intrekkingsprocedures niet waren afgerond.
De rechtbank stelde vast dat de verplichting tot terugkeer naar Duitsland gebaseerd is op de Terugkeerrichtlijn en niet op de Dublinverordening. De rechtbank zag geen reden om prejudiciële vragen aan het HvJEU te stellen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.