ECLI:NL:RBDHA:2025:20324
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 27 oktober 2025 behandeld en verklaart het ongegrond.
De minister baseerde zich op het feit dat eiser in het bezit is van een geldig Schengenvisum voor Duitsland en dat Nederland een overnameverzoek aan Duitsland heeft gedaan, dat is geaccepteerd. Eiser stelde dat hij en zijn partner een duurzame relatie hebben en dat de minister ten onrechte geen toepassing gaf aan de artikelen 11 en 17 van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft vastgesteld dat er geen sprake is van gezinsleden als bedoeld in de Dublinverordening, omdat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van een duurzame relatie. De overgelegde foto’s, e-mails en appberichten waren onvoldoende onderbouwing. Ook is de besluitvormingsprocedure zorgvuldig verlopen.
Verder zijn er geen bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 17 rechtvaardigen Pro. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.