ECLI:NL:RBDHA:2025:20325
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij de Minister van Asiel en Migratie. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 27 oktober 2025 samen met de hoofdzaak.
Na de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.40060) achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.