Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 15 januari 2025 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het bericht van 3 februari 2025, met bijlage, van de man;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van 18 februari 2025 van de vrouw;
- het verweer tegen de zelfstandige verzoeken met aanvullende verzoeken van 31 maart 2025 van de man;
- het verweer tegen de aanvullende verzoeken van 8 mei 2025 van de vrouw;
- de brief van 12 augustus 2025, met bijlagen, inhoudende gewijzigde verzoeken van de man;
- de brief van 13 augustus 2025, met bijlagen, inhoudende gewijzigde verzoeken van de vrouw;
- het bericht van 20 augustus 2025, met bijlage, van de vrouw.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2008 te [plaats 1] .
- Zij zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen.
- Uit de uittreksels uit de Basisregistratie Personen (Brp) blijkt dat de man en de vrouw allebei de Nederlandse nationaliteit hebben.
Verzoek en verweer
- de vrouw te gelasten om bewijzende bescheiden zoals omschreven in paragraaf 6 van het aanvullend verzoekschrift binnen een door de rechtbank te bepalen datum, althans uiterlijk 30 dagen voor de zitting, in het geding te brengen;
- te bepalen dat de vrouw bij toewijzing van het voortgezet gebruik van de echtelijke woning na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding, vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand een bedrag van € 790,- per maand aan de man dient te voldoen voor de duur van zes maanden, en voor iedere daaropvolgende maand een bedrag van € 1.593,75 per maand;
- de verdeling van alle vermogensbestanddelen van de ontbonden huwelijksgemeenschap vast te stellen en de onderlinge afrekening van huuropbrengsten in de periode 1 november 2024 tot en met deze verdeling te bepalen zoals in paragraaf 4 van het aanvullend verzoek voor elk goed van de gemeenschap is verzocht, dan wel vast te stellen als de rechtbank deze verdeling in goede justitie vermeent te behoren;
- te bepalen dat de man met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand met een bedrag van € 2.663,- per maand dient bij te dragen in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw, welke bijdrage steeds vóór of uiterlijk op de eerste dag van de maand waarop deze betrekking heeft door de vrouw moet zijn ontvangen;
- de verdeling van de voormalige echtelijke woning uit te sluiten totdat alle overige vermogensbestanddelen zijn verdeeld dan wel zijn verkocht en geleverd en de vrouw haar helft van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap heeft ontvangen dan wel de verdeling van de voormalige echtelijke woning uit te sluiten voor een periode van 3 jaar na de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand alsmede te bepalen dat deze periode kan worden verlengd telkens voor ten hoogste 3 jaar dan wel de verdeling van de echtelijke woning uit te sluiten voor een door de rechtbank te bepalen periode van tenminste 3 jaar;
- de verdeling van de overige vermogensbestanddelen van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap, niet zijnde de echtelijke woning, vast te stellen op de wijze zoals door de vrouw voorgesteld dan wel op een door de rechtbank in goede justitie te bepalen wijze waardoor de vrouw op een zo kort mogelijke termijn haar helft van de overige vermogensbestanddelen van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap zal gaan ontvangen;
- de man te verplichten om uiterlijk op 1 maart 2025 te overleggen aan de rechtbank en aan de vrouw: een kopie van de saldi op alle bankrekeningen op zijn naam of van de en/of rekeningen op 15 januari 2025 en een kopie van zijn pensioenoverzicht van www.mijnpensioenoverzicht.nl;
Beoordeling
Echtscheiding
- [perceelnummer 1]
- [perceelnummer 2]
- [perceelnummer 3]
- [perceelnummer 4]