ECLI:NL:RBDHA:2025:20359
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot ontruiming echtelijke woning in kort geding tijdens echtscheidingsprocedure
De vrouw vordert in kort geding dat de man de echtelijke woning ontruimt en haar exclusief gebruik daarvan geeft, hangende de echtscheidingsprocedure. De rechtbank stelt vast dat partijen gehuwd zijn en gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kind uitoefenen. De vrouw heeft de echtscheidingsprocedure gestart en de bodemzitting staat gepland.
De rechtbank wijst op eerdere voorlopige voorzieningen waarbij de man het gebruik van de woning exclusief kreeg toegewezen en het kind voorlopig aan hem werd toevertrouwd. Het kind verblijft inmiddels bij de vrouw, die sinds het einde van haar huurcontract op een vakantiepark woont.
De man voert verweer dat de vrouw niet-ontvankelijk is omdat de juiste procedure de bijzondere rechtsgang in de familiekamer is, zoals geregeld in de artikelen 821-826 Rv. De voorzieningenrechter bevestigt dit en oordeelt dat de vrouw haar vordering via deze bijzondere rechtsgang moet indienen, omdat deze procedure speciaal is ingericht voor spoedeisende voorzieningen in echtscheidingszaken en voldoende waarborgen biedt.
De voorzieningenrechter verklaart de vrouw daarom niet-ontvankelijk en komt niet toe aan inhoudelijke beoordeling. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot ontruiming van de echtelijke woning wegens onjuiste rechtsgang.