ECLI:NL:RBDHA:2025:20385
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig nemen van besluit op aanvraag om verlening van machtiging tot voorlopig verblijf
In deze zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij haar referent. De minister van Asiel en Migratie, als verweerder, heeft een verweerschrift ingediend. Op 23 juni 2025 heeft verweerder de aanvraag van eiseres ingewilligd en haar ambtshalve een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend als gezinslid van de referent, op basis van artikel 29, tweede lid van de Vreemdelingenwet. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak gedaan zonder zitting.
De rechtbank overweegt dat, aangezien verweerder de aanvraag heeft ingewilligd, eiseres geen procesbelang meer heeft bij een verdere beoordeling van de zaak. Eiseres heeft de rechtbank laten weten het eens te zijn met het inwilligende besluit, maar heeft haar beroep niet ingetrokken en ook geen verzoek gedaan om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Hierdoor heeft de rechtbank besloten het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank heeft in haar beslissing ook opgemerkt dat eiseres niet conform artikel 8:75a van de Awb heeft verzocht om een veroordeling van verweerder in de proceskosten, en daarom zal de rechtbank hier niet op ingaan. De uitspraak is gedaan op 31 oktober 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, en is openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie op de website van de rechtspraak.