ECLI:NL:RBDHA:2025:20385

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
NL24.325
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig nemen van besluit op aanvraag om verlening van machtiging tot voorlopig verblijf

In deze zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij haar referent. De minister van Asiel en Migratie, als verweerder, heeft een verweerschrift ingediend. Op 23 juni 2025 heeft verweerder de aanvraag van eiseres ingewilligd en haar ambtshalve een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend als gezinslid van de referent, op basis van artikel 29, tweede lid van de Vreemdelingenwet. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak gedaan zonder zitting.

De rechtbank overweegt dat, aangezien verweerder de aanvraag heeft ingewilligd, eiseres geen procesbelang meer heeft bij een verdere beoordeling van de zaak. Eiseres heeft de rechtbank laten weten het eens te zijn met het inwilligende besluit, maar heeft haar beroep niet ingetrokken en ook geen verzoek gedaan om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Hierdoor heeft de rechtbank besloten het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

De rechtbank heeft in haar beslissing ook opgemerkt dat eiseres niet conform artikel 8:75a van de Awb heeft verzocht om een veroordeling van verweerder in de proceskosten, en daarom zal de rechtbank hier niet op ingaan. De uitspraak is gedaan op 31 oktober 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, en is openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie op de website van de rechtspraak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.325

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder,
(gemachtigde: [gemachtigde]).

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij [referent].
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Bij besluit van 23 juni 2025 is de aanvraag ingewilligd en is aan eiseres ambtshalve een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als gezinslid van [referent] verleend op grond van artikel 29, tweede lid van de Vreemdelingenwet.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Verweerder heeft bij besluit van 23 juni 2025 de aanvraag van eiseres ingewilligd en aan haar een verblijfsvergunning asiel verleend. Daarmee is tegemoetgekomen aan het beroep van eiseres. Naar aanleiding van dit inwilligende besluit heeft eiseres de rechtbank meegedeeld het eens te zijn met dit besluit. Eiseres heeft het beroep niet ingetrokken noch een verzoek gedaan om verweerder te veroordelen in de proceskosten van deze procedure.
2. Nu verweerder is tegemoetgekomen heeft eiseres geen procesbelang meer bij een verdere beoordeling van de rechtbank. Het beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
3. Omdat eiseres niet conform artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht aan de rechtbank heeft verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten, zal de rechtbank hiertoe niet overgaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 31 oktober 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.