ECLI:NL:RBDHA:2025:20385
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep na inwilliging aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij een referent. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Bij besluit van 23 juni 2025 is de aanvraag van eiseres ingewilligd en is haar ambtshalve een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als gezinslid van de referent verleend op grond van artikel 29, tweede lid van de Vreemdelingenwet. Naar aanleiding van dit besluit heeft eiseres aan de rechtbank meegedeeld het eens te zijn met het besluit, maar heeft zij het beroep niet ingetrokken en geen verzoek gedaan om proceskosten toe te wijzen.
De rechtbank oordeelt dat nu verweerder aan het beroep heeft voldaan, eiseres geen procesbelang meer heeft bij verdere beoordeling. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Omdat eiseres geen verzoek heeft gedaan om proceskosten toe te wijzen, zal de rechtbank daartoe niet overgaan.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de aanvraag is ingewilligd en het procesbelang is komen te vervallen.