Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn moeder en gezinshereniging voor zijn zus en broertje. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit.
De aanvraag werd ingediend op 16 september 2024, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden werd verlengd, waardoor uiterlijk 15 maart 2025 een besluit had moeten worden genomen. Verweerder stelde de ingebrekestelling rechtsgeldig op 6 juni 2025, waarna eiser op 18 juni 2025 beroep instelde. Omdat er echter geen twee weken tussen de ingebrekestelling en het beroep waren verstreken, is het beroep prematuur en dus niet-ontvankelijk.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk zonder zitting en zonder dat verweerder een verweerschrift heeft ingediend. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 3 november 2025 te Middelburg en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het prematuur is ingesteld zonder dat twee weken na ingebrekestelling waren verstreken.