Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Duitsland voor de behandeling van de aanvraag, gebaseerd op het Dublin-verdrag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op dezelfde dag al een uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.47831), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.