ECLI:NL:RBDHA:2025:20407
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging voor betrokkene met schizofrenie
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1977. Betrokkene betwist de diagnose schizofrenie en verzocht om een second opinion, maar de rechtbank acht de diagnose voldoende vastgesteld op basis van een onafhankelijke medische verklaring en de visie van behandelaren.
Ter zitting werd betrokkene bijgestaan door zijn advocaat die stelde dat er geen sprake is van een psychische stoornis en dat de diagnose mogelijk op eerdere fouten is gebaseerd. De ambulant psychiatrisch hulpverlener bevestigde echter de diagnose en benadrukte het belang van voortzetting van medicatie en behandeling, mede vanwege dreigend gedrag en medicatie-ontrouw.
De rechtbank concludeerde dat de psychische stoornis voldoende is vastgesteld en dat er geen aanleiding is om de diagnose via contra-expertise te herbeoordelen. Gezien het ernstig nadeel dat voortvloeit uit de stoornis, waaronder dreigend gedrag en het ontbreken van ziekte-inzicht, achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De zorgmachtiging werd verleend met diverse maatregelen, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname, voor de duur tot 24 oktober 2026.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging voor betrokkene tot 24 oktober 2026 met diverse verplichte zorgmaatregelen.