ECLI:NL:RBDHA:2025:20420
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst en terugbetaling brandstofkosten na niet geregistreerde verlofuren
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Den Haag op 7 november 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen Zweminstituut Beheer B.V. en een werknemer, hierna aangeduid als Werknemer. De werkgever, Zweminstituut, verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op basis van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, die volgens hen jarenlang verlofuren had genoten zonder deze te registreren. De werknemer, die sinds 1 november 2015 in dienst was en de functie van Operationeel Manager bekleedde, voerde aan dat er binnen het bedrijf een middelingsafspraak gold en dat hij geen urenfraude had gepleegd. De kantonrechter oordeelde dat er geen redelijke grond was voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Hoewel de werknemer verwijtbaar had gehandeld door zijn verlof niet correct te registreren, was dit niet ernstig genoeg om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De kantonrechter wees het verzoek tot ontbinding af en oordeelde dat de werknemer weer tot het werk moest worden toegelaten. Daarnaast werd Zweminstituut veroordeeld tot betaling van € 705,97 aan de werknemer voor gemaakte brandstofkosten, omdat de tankpas ten onrechte was ingevorderd. De proceskosten werden eveneens voor rekening van Zweminstituut gesteld.