ECLI:NL:RBDHA:2025:20422
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De minister ontving de aanvraag op 20 april 2024 en diende uiterlijk binnen zes maanden te beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, dat gold van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn met één jaar verlengd tot maximaal 21 maanden.
Eiser heeft de minister op 20 juli 2025 schriftelijk in gebreke gesteld (ingebrekestelling), terwijl de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling prematuur was en daardoor het beroep niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 2 september 2025. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.