ECLI:NL:RBDHA:2025:20424

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 september 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
NL25 37614
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 18 DublinverordeningArt. 20 Dublinverordening
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 3 april 2024. Op 23 april 2024 is een verzoek tot terugname door Malta geaccepteerd, waarna de minister verantwoordelijk werd voor de aanvraag en binnen zes maanden moest beslissen.

Vanwege het besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden. Hierdoor moest de minister uiterlijk op 23 april 2026 beslissen. Eiser stelde de minister op 10 juli 2025 in gebreke, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken.

De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of vaststelling van een bestuurlijke dwangsom. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 11 september 2025.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.37614
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. D. Aygur),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

Is het beroep van eiser ontvankelijk?

3. De minister heeft de aanvraag op 3 april 2024 ontvangen. Op 23 april 2024 is de Maltese autoriteiten gevraagd om eiser terug te nemen.3 Op 23 april 2024 hebben de Maltese autoriteiten dit verzoek geaccepteerd.4 Vervolgens is eiser niet binnen de daarvoor gestelde termijn van zes maanden overgedragen.5 De minister is daarom per
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Artikel 18, eerste lid, onder b, van de Dublinverordening.
4 Artikel 20, vijfde lid, van de Dublinverordening.
5 Artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening.
23 oktober 2024 verantwoordelijk geworden voor de aanvraag van eiser. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na verantwoordelijk te zijn geworden op de aanvraag beslissen.6
4. Eiser komt uit Syrië. Met ingang van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 gold voor Syrië een besluitmoratorium.7 Gedurende de tijd dat het besluitmoratorium van kracht was, besliste de minister niet op asielaanvragen van vreemdelingen uit dat land. De beslistermijn voor asielaanvragen die vóór of tijdens de werking van het besluitmoratorium werden ontvangen, is verlengd met één jaar tot ten hoogste 21 maanden.8
5. De minister dient uiterlijk op 23 april 2026 te beslissen op de aanvraag
(23 oktober 2024 + zes maanden + één jaar, tot in totaal ten hoogste 21 maanden). Eiser heeft de minister op 10 juli 2025 in gebreke gesteld. De beslistermijn was op dat moment nog niet verstreken. De ingebrekestelling is dus te vroeg ingediend. Het beroep is daarmee kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
7.
Heeft de minister een bestuurlijke dwangsom verbeurd?
8. Het beroep is niet-ontvankelijk. Al om die reden komt de rechtbank niet toe aan het vaststellen van een eventuele verbeurde bestuurlijke dwangsom.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
S.J. Simorangkir, griffier.
6 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Aanvankelijk heeft de minister de beslistermijn onder toepassing van WBV 2023/26 met negen maanden verlengd. De minister heeft deze WBV echter weer ingetrokken (IB 2025/28). Als gevolg hiervan geldt voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2024 weer een beslistermijn van zes maanden.
7 Stcrt. 2024, 41538.
8 Artikel 43, eerste lid, van de Vw en artikel 2 van Pro het Besluit instelling besluitmoratorium en vertrekmoratorium vreemdelingen afkomstig uit Syrië.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 september 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.