Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , bij verweerder bekend als [naam] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met Algerijnse nationaliteit, werd in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde aan dat de staandehouding onrechtmatig was en dat het terugkeerbesluit onzorgvuldig was gemotiveerd vanwege onvoldoende toetsing van het non-refoulementbeginsel.
De rechtbank erkent een gebrek in het voortraject, omdat de staandehouding op een onjuiste wettelijke grondslag plaatsvond. Dit gebrek leidt echter niet tot onrechtmatigheid van de bewaring, omdat de belangenafweging uitwijst dat de ernst van het gebrek niet opweegt tegen de belangen van de maatregel.
Eiser heeft onvoldoende concreet gemaakt waarom het non-refoulementbeginsel zich tegen zijn uitzetting verzet. De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit van 20 juni 2025 als grondslag voor de bewaring kan dienen. Ook is vastgesteld dat de gronden voor bewaring feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn, en dat een lichter middel niet effectief zou zijn.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 4 november 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.