ECLI:NL:RBDHA:2025:20434

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 november 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
NL:TZ:2502098:R-RK en NL:TZ:2502113:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord bij problematische schulden

Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €12.576,21 verdeeld over vier schuldeisers. Zij deed een voorstel tot schuldregeling waarbij de schuldeisers hun vorderingen kwijtgescholden zouden krijgen, maar niet alle schuldeisers gingen hiermee akkoord. De rechtbank werd verzocht om het akkoord dwingend op te leggen.

Tijdens de zitting op 3 november 2025 verschenen verzoekster en haar ondersteuners, terwijl de verweersters niet verschenen. De rechtbank stelde vast dat de schuldbemiddeling correct was uitgevoerd door een bevoegde instantie en dat het voorstel goed gedocumenteerd was. De belangenafweging toonde aan dat het onredelijk was dat de verweersters het voorstel weigerden, mede omdat verzoekster vanwege arbeidsongeschiktheid slechts beperkt kan aflossen.

De meerderheid van de schuldeisers, die ruim 80% van de schulden vertegenwoordigen, stemde in met het voorstel. De rechtbank wees het verzoek tot toelating tot de WSNP af omdat het dwangakkoord toereikend is en de WSNP onnodige kosten zou veroorzaken. De rechtbank beval verweersters mee te werken aan het dwangakkoord.

Uitkomst: De rechtbank legt het dwangakkoord op en beveelt verweersters mee te werken aan de schuldregeling.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummers: NL:TZ:2502098:R-RK en NL:TZ:2502113:R-RK
vonnis van 3 november 2025
in de zaak van
[verzoekster]
geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
hierna: [verzoekster] ,
tegen

1.DSW Zorgverzekeraar,

gevestigd te Schiedam,
hierna: DSW,
en
2. Kedin Consumenten Lease B.V., vertegenwoordigd door LAVG,
gevestigd te Rotterdam,
hierna: Kedin,
hierna gezamenlijk: verweersters.
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Zij heeft een voorstel gedaan aan haar schuldeisers, waarbij de vordering door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoekster] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.
[verzoekster] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van € 12.576,21 aan vier schuldeisers. Het is [verzoekster] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de [gemeente] heeft zij voor het laatst op 16 december 2024 een schuldregeling aangeboden (nulaanbod). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers 0% wordt aangeboden, tegen kwijtschelding van hun vorderingen.
1.2.
DSW is niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoekster] heeft een schuld aan DSW van € 1.077,09, dat is 8,56% van de totale schuldenlast.
1.3.
Kedin is ook niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoekster] heeft een schuld aan Kedin van € 1.335,36, dat is 10,62% van de totale schuldenlast.
1.4.
De overige twee schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.
1.5.
Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil zij dat de rechtbank verweersters dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil zij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

2.De procedure

2.1.
De verzoeken van [verzoekster] zijn behandeld op de zitting van 3 november 2025. Op deze zitting verschenen:
- [verzoekster] vergezeld door mevrouw [naam 1] , cliëntondersteuner van Stichting MEE,
- [naam 2] , beschermingsbewindvoerder bij Stabilum,
- [naam 3] en [naam 4] , schuldhulpverleners van de [gemeente] .
2.2.
Verweersters zijn opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.

3.Standpunten van partijen

3.1.
[verzoekster] stelt dat het onredelijk is dat verweersters het aanbod niet aanvaarden. Volgens haar kan zij niet meer aanbieden dan zij heeft gedaan.
3.2.
DSW heeft aan de schuldhulpverlener te kennen gegeven in te stemmen met de aangeboden schuldregeling onder de voorwaarde dat de vordering pas wordt kwijtgescholden als na 18 maanden blijkt dat de zorgpremies zijn voldaan.
3.3.
Kedin heeft haar standpunt niet kenbaar gemaakt aan de schuldhulpverlener noch aan de rechtbank.

4.De beoordeling van de verzoeken

4.1.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoekster] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat verweersters weigeren in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de [gemeente] . Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.4.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.5.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van de [verzoekster] zelf, van de weigerende schuldeisers en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
[verzoekster] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.6.
Het voorstel dat [verzoekster] aan haar schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. Uit het overgelegde Sociaal Medisch Advies van 7 oktober 2024 blijkt namelijk dat [verzoekster] op grond van chronische ziektes voor (in elk geval) de komende twee jaren voor 24 uur per week arbeidsongeschikt is. [verzoekster] voldoet aan de op haar rustende inspanningsverplichting door 12 uur per week te werken. Dit leidt echter niet tot afloscapaciteit en meer kan niet van haar worden gevergd.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.7.
De meerderheid van de schuldeisers, die samen ruim 80% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van verweersters.
4.8.
Gelet op de arbeidsongeschiktheid van [verzoekster] is ook in de WSNP geen enkele uitkering aan de schuldeisers te verwachten, terwijl toepassing van de WSNP wel tot hoge kosten zou leiden.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
4.9.
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft [verzoekster] geen belang meer bij haar verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt verweersters in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing van mr. J.R. Hagendoorn, rechter, in samenwerking met C.R. Cortenbach-van der Lek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.