Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2025 in de 94 zaken tussen
[bedrijf] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder,
Procesverloop
4 december 2023 de bezwaren ongegrond verklaard. Wel heeft verweerder voor 76 auto’s de verschuldigde bpm met in totaal € 35.590 verminderd door de toepassing van extra leeftijdskorting en/of artikel 16a van de Wet bpm.
5 september 2025. [3] Eiseres heeft deze vragen en conclusie bijgevoegd bij haar verzoek. De rechtbank heeft dit uitstelverzoek afgewezen, omdat zij een langere behandeltijd van het beroep in strijd acht met een goede procesorde. De rechtbank heeft hierbij meegewogen dat de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsfase reeds ruimschoots is overschreden.
Overwegingen
Geschil2. In geschil is of de verschuldigde bpm te hoog is vastgesteld. Meer specifiek is in geschil of:
1 september 2019 vanwege de restantvoorraadregeling volgens verschillende methoden wordt, respectievelijk is, vastgesteld en dat daardoor voor de buitenlandse personenauto een hoger bedrag aan bpm wordt geheven dan is geheven voor de binnenlandse personenauto. [4]
€ 4.561,40 (52/57 deel van € 5.000) toe te rekenen aan verweerder en voor € 438,60 (5/57 deel van € 5.000) aan de Staat.
Beslissing
€ 4.561,40;
mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
31 oktober 2025.